Paris Proof - skyline Parijs
Laatst bewerkt: 2 april 2025
Gepubliceerd: 31 maart 2025
Leestijd: 10 minuten

In dit artikel

  • Jaarverslag 2024
  • 1. Ambitie
  • 2. Transparantie
  • 3. Realisatie
  • 4. Monitoren
  • 5. Promoten
  • Energie (WEii)
  • WEii-score kantoren
  • WEii EnergieKompas kantoren
  • Conclusie: 'Paris Proof dichterbij'

‘Energiegebruik gerapporteerde gebouwen loopt 5 jaar vooruit op planning’

Jaarlijks rapporteren de Paris Proof Commitment ondertekenaars over hun eigen vastgoed en hun portefeuille. Binnen de aangeleverde groep gebouwen, komt het gemiddelde energiegebruik uit in 2024 op 103 kWh/m2. Dat betekent dat ze nog maar 3 kWh/m2 hoeven te verminderen om in 2025 uit te komen op WEii-klasse Zeer Zuinig, het doel voor 2030 in het Paris Proof reductiepad. Deze groep koplopers loopt dus 5 jaar vooruit op de geplande curve.

In 2024 is het Paris Proof Commitment gegroeid naar 125 ondertekenaars uit de gehele bouw- en vastgoedsector. Deze kopgroep committeert zich aan de ambitieuze doelstelling om het energiegebruik in de gebouwde omgeving met twee derde te verlagen en/of te bouwen binnen het CO2-budget.

Jaarverslag 2024

Dit jaarverslag van 2024, gepubliceerd als longread, geeft verschillende interessante cijfers en praktijkvoorbeelden van de koplopers van het sturen op CO in de gebouwde omgeving. Een derde van de partijen (38) heeft de monitoring aangeleverd. Ze hebben gerapporteerd volgens de 5 stappen van het commitment over hun vastgoed en activiteiten: ambitie, transparantie, realisatie, monitoren en promoten.

1. Ambitie

Van de partijen die hun monitoring hebben aangeleverd afgelopen jaar, is 18% al gehuisvest in Paris Proof gebouwen met hun hoofdvestiging. 11% streeft naar een Paris Proof pand in 2025, 18% in 2030 en de overige 52% heeft hun ambitie op het jaar 2040 gezet.

bbn is een van de partijen die afgelopen jaar de ambitie heeft bereikt om in 2025 niet alleen Paris Proof te zijn, maar zelfs volledig CO2-neutraal te opereren. Door de CO2-uitstoot vanuit zaken als mobiliteit en ICT te minimaliseren en de uitstoot die er is te compenseren met het planten van bomen, heeft bbn de stap gezet naar CO2-neutraal werken. De komende jaren wordt bbn zelfs CO2-positief.

Bekijk de energie- en materiaalgebonden ambities Paris Proof themapartners en #BuildingLife partners

2. Transparantie

97,5% is transparant over hun Paris Proof ambities richting de markt. Zij communiceren het meest over hun eigen ambitie (63%), daarnaast over het energiegebruik van hun eigen gebouwen (32%), vervolgens over hun jaarlijkse voortgang met betrekking tot de Paris Proof ambitie (24%) en als laatst is hun routekaart openbaar gepubliceerd (21%).

Meer dan de helft van de organisaties geeft aan dat deze informatie te vinden is op hun site, maar ze delen hun prestaties ook op social media zoals LinkedIn. De jaarverslagen geven aan het eind van elk jaar een update over behaalde doelen en een deel van de organisaties gebruikt ook hun nieuwsbrieven om de informatie en goede nieuws met hun netwerk te delen.

Een aantal voorbeelden van jaarverslagen:

3. Realisatie

Onderdeel van de Paris Proof ambitie is het opstellen van een routekaart naar dit einddoel, zodat de ambitie gefundeerd en intern bekrachtigd is. Het opstellen van een routekaart is meer en meer gangbaar geworden. Vanuit het Klimaatakkoord moeten maatschappelijk sectoren portefeuilleroutekaarten opstellen. Grotere organisaties kunnen via een daling van het energiegebruik en een routekaart in de portefeuilleaanpak naar de omgevingsdiensten bewijzen dat men op koers is.

Veel organisaties zitten nog in de voorbereidende fase om data op orde te krijgen, slimme meter uit te rollen en om een Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) en andere vastgoedinformatiesystemen te koppelen. Denk aan het koppelen van deze informatie aan bestaande systemen die momenteel in de markt aangeboden worden. Hierin kan je routekaarten opstellen, budgetteren en voortgang monitoren. Er is een zestal adviseurs die aangeven tussen de 15 en 100 routekaarten van hun klanten in hun systeem te hebben.  

4. Monitoren

Waar de aankomende jaren rapportages meer gevraagd zullen worden, door Europese verplichtingen zoals de CSRD, blijkt dat het verkrijgen en mogen delen van deze data vaak nog tijd en moeite kost. Er is inmiddels een roep om rapportages meer te harmoniseren. Dat is waar DGBC ook mee bezig is: ervoor zorgdragen dat vanuit dezelfde data aan meerdere rapportages voldaan kan worden. Zo sluit de Paris Proof rapportage via de WEii (Werkelijk Energie intensiteit indicator) nauw aan bij het CRREM-initiatief waar beleggers op moeten rapporteren.

5. Promoten

89% van de participanten promoot Paris Proof richting 2 of meer doelgroepen. Dit is waar ondertekenaars ook de meeste invloed hebben: veel partijen zijn adviseurs die zelf weinig vastgoed hebben, maar wel klanten adviseren over Paris Proof. De eerste stap is dan vaak om het eigen personeel tot ambassadeur op te leiden en tooling op te stellen. Inmiddels is er een grote hoeveelheid tools en dashboards die WEii en de Paris Proof materiaalgebonden indicator (PPm) kunnen bepalen. Hierna volgt promotie richting gebouw- en vastgoedeigenaren, gemeenten, gebouwbeheerders, leveranciers en ondernemers.

Royal HaskoningDHV heeft zich de afgelopen jaren stevig ingezet om Paris Proof als standaard te integreren in haar bedrijfsvoering. Dagelijks werkt zij aan Paris Proof routekaarten, vastgoedverduurzamingsplannen en de implementatie ervan. Voor wat betreft haar eigen huisvesting ligt Royal HaskoningDHV op koers om in Nederland en het Verenigd Koninkrijk in 2030 Paris Proof te zijn, en in 2035 in de rest van de wereld. Ook publiceert Royal HaskoningDHV onderzoeken en blogs waarin de weg naar en meerwaarde van Paris Proof als energetisch toekomstbestendige energieprestatie simpel worden toegelicht. Ze gaan zelfs al een stap verder en promoten actief het belang van circulaire gebouwen om niet alleen de energiedoelen, maar ook de materiaalgebonden CO2-doelen te realiseren.

Spreiding van de gebouwen 2024 – een verdeling van gebouwrapportages over Nederlandse provincies.

Energie (WEii)

Behalve het volgen van de stappen, draait het ook om het daadwerkelijk Paris Proof maken van het vastgoed. De partijen hebben de WEii-scores doorgeven. In totaal is er in 2024 over 301 gebouwen gerapporteerd, dit is exclusief de beleggingsfondsen.

Verdeling WEii-klassen – percentages verdeling WEii-klassen.

In het verslag van 2024 gebruiken we de energiegebruiksdata van 2023. Het gemiddelde energiegebruik over al deze gebouwen komt 197 kWh/m2. Zodra de gebouwen met het hoogste energiegebruik hieruit gefilterd worden, een vijftal datacentra, komt het gemiddelde neer op 135 kWh/m2 over de overige 296 gebouwen. De kantoren scoren met een gemiddelde WEii van 103 kWh/m2 het beste.

Naast de aangeleverde eigen kantoorpanden, hebben een vijftal beleggers hun jaarverslagen aangeleverd waaruit de gemiddelden van hun portefeuilles zijn opgesteld. Deze zijn in onderstaande grafiek weergegeven.

Gemiddelde WEii beleggingsfondsen – per sector.

WEii-score kantoren

Het grootste aandeel gerapporteerde gebouwen levert informatie over de kantoren van de organisaties. Hiermee geven ze inzicht in hun eigen vastgoed en wat ze in portefeuille hebben. Het doel van DGBC is om al in 2040 op de Paris Proof waarde uit te komen, tegenover het Europese en landelijke streven van 2050. De curve naar het einddoel voor 2040 heeft voor 2025 de mijlpaal op het behalen van een WEii score ‘Zuinig’ en ‘Zeer Zuinig in 2030’. Het grote aangeleverde aantal kantoorgebouwen binnen de Commitment monitoring, geeft een goed inzicht op de voortgang bij de ondertekenaars.

Binnen de aangeleverde groep gebouwen komt het gemiddelde energiegebruik uit op 103 kWh/m2, wat betekent dat deze groep de WEii klasse ‘Zuinig’ al in 2024 bijna bereikt heeft. Met nog maar 3 kWh/m2 te verminderen om in 2025 uit te komen op een Zeer Zuinig (maximaal 100 kWh/m2), 5 jaar vooruitlopend op de geplande curve van het 1,5 graden budget.

WEii EnergieKompas kantoren

Ook hebben de ondertekenaars hun energielabel aangeleverd. Daarmee heeft DGBC het WEii EnergieKompas opgesteld. De grafiek toon het energieverbruik per energielabelklasse.

In de grafiek van het WEii EnergieKompas geeft de WEii-score aan wat het werkelijke energiegebruik van het gebouw is aan de hand van de WEii-klassen. En het energielabel geeft het theoretische verbruik.

Bij vergelijking van energielabels en bijbehorend werkelijk opgegeven energiegebruik, zien we dat de meeste kantoorgebouwen tussen labels D en A+ net boven de 100 kWh/m2 scoren, waar A++ tot en met A++++ (A5+ is niet gerapporteerd) een schommeling tussen de 40 kWh/m2 en 95 kWh/m2 laten zien.

Het WEii EnergieKompas – Bovenstaande plot geeft de relatie weer tussen energielabels en WEii-scores, ofwel tussen het theoretische en werkelijke verbruik. Bij een goed label, zou ook een goede energieprestatie horen. In realiteit zien we echter dat het energielabel vaak niet zoveel zegt over het energieverbruik van een pand. De spreiding in prestatie bij de A labels hierboven is daar een goed voorbeeld van. Het doel van het WEii EnergieKompas is inzicht geven in hoe het gebouw scoort ten opzichte van de optimale, rode, lijn. Zit je erboven, dan verbruikt jouw pand meer dan het gemiddelde van die labelgroep. Zit je onder de lijn, dan ben je op de goede weg.

Met de aan te scherpen wet- en regelgeving vanuit de EPBD IV (Energy Performance of Buildings Directive IV) worden slechte energielabels uitgefaseerd. Om welke labels het gaat is echter nog niet duidelijk. Paris Proof doelen en het reductiepad bieden de markt houvast met een heldere en niet veranderende indicator. DGBC en de commitmentpartijen sporen de markt aan nu al te bouwen en renoveren met de Paris Proof einddoelen in het vizier. De monitoring laat zien dat dit in toenemende mate gebeurt. Voor de monitoring van 2025 sturen we op meer inzage in niet alleen energie maar ook materiaalgebonden.

Conclusie: ‘Paris Proof dichterbij’

De rapportages in het Paris Proof Commitment jaarverslag 2025 laten zien dat de commitmentpartijen hard bezig zijn om toe te werken naar het gezamenlijke einddoel: Paris Proof in uiterlijk 2040. De openheid over ambities en prestaties en het delen van data is belangrijk en kan anderen weer inspireren. Martin Mooij, programmamanager bij DGBC: “We halen deze data op bij koplopers, dus het is goed om te zien dat zij inderdaad vooroplopen met het behalen van de doelen, en dat ieder vanuit zijn rol Paris Proof dichterbij brengt. Dat Paris Proof de standaard aan het worden is, bevestigt een ander onderzoek dat we samen met de werkgroep Kantoren hebben gedaan. Zeker in Amsterdam en in de overige G4 steden is een kantoor dat aan de Paris Proof grenswaarde voor kantoren (70 kWh/m²) voldoet, een harde eis geworden. Het levert ook een rendabele business case voor beleggers en huurders op.”

Mooij vervolgt: “Dit is nu het vierde jaar dat we monitoren. We roepen alle ondertekenaars op om actief te rapporteren en voorbeelden te delen. Het aantal ondertekenaars groeit nog steeds en we roepen alle ondertekenaars op in 2025 hun voortgang aan te leveren. Ook buiten de ondertekenaars zien we hele sectoren en grote partijen, ook in het maatschappelijk vastgoed, die Paris Proof volgen, en sturen op WEii en het Paris Proof Materiaalgebonden protocol. Het is een groeiende beweging.”

Het Paris Proof Commitment volgt het format met 5 stappen van het Advancing Net Zero Commitment van de World Green Building Council (WGBC). Samen wordt hiermee wereldwijd sturing gegeven aan de bouw- en vastgoedsector om CO₂-neutraal te worden:

1. Ambitie
2. Transparantie
3. Realiseren
4. Monitoren
5. Promoten

Groei naar 125 ondertekenaars
2024 is het vierde rapportagejaar van het Paris Proof Commitment. In 2020 ging het Paris Proof Commitment met 29 partijen uit de bouw- en vastgoedsector van start. Zij tekenden voor het reduceren van hun werkelijke energiegebruik. Na de publicatie van de Roadmap Whole Life Carbon in 2022, tekenden de nieuwe ondertekenaars daarnaast ook voor het reduceren van hun materiaalgebonden CO₂-emissies. In 2024 groeide het aantal Commitmentondertekenaars naar 125.

Disclaimer: Met een beperkt aantal gebouwen in de rapportage, zijn deze cijfers niet geschikt voor landelijke/provinciale/gemeentelijke statements of benchmarks. Deze cijfers geven een stand van zaken over de sectoren binnen de Paris Proof Commitment ondertekenaars en hun vrijblijvend gerapporteerde gebouwen.